Homeoud-examensaquatic-ecotechniques
Alle vakken

Aquatic Ecotechniques

2 examens beschikbaar over 2 examenjaren

Dit portaal werkt voor & door studenten. Heb je recent een examen gemaakt? Help je medestudenten en stuur je vragen in!

Examenvragen Insturen
Examenjaren TimelineAlle jaren getoond

Examenjaar 2021-2022

1 examen
1ste Semester1 item

Examen Vragen

Geen datum

Aquatic Ecotechniques

Examen 2021-2022

Versie 1:

  1. CPOM: schrijf de afkorting voluit, geef de definitie en geef 2 concrete voorbeelden.
  2. Artikel stoichiometrie: Leg het verband met de theorie uit de cursus. Welke nieuwe wetenschappelijke inzichten biedt het artikel?
  3. Nutrient spiralling:
    • a. Geef de definitie van nutrient spiralling.
    • b. Welke abiotische factoren hebben een directe invloed op de spiralling length ($S$)?
    • c. Hoe kan men deze factoren beïnvloeden of implementeren via praktijkgericht beekherstel?
    • d. Wat is het effect van nutriëntentoevoer bij een korte spiralling length op de aquatische biomassa, de opgeloste zuurstofconcentratie en de lokale biodiversiteit?
  4. Je beheert een aquacultuurvijver met schaaldieren (crustacea) die zich voeden met fytoplankton. Geef 4 cruciale beheersfactoren en leg uit hoe je deze in de praktijk optimaal stuurt.
  5. River Continuum Concept (RCC): Beschrijf de verschuiving van functionele voedingsgroepen van macro-invertebraten van bron tot monding (source to mouth). Licht voor elke zone toe waarom de dominante groep juist op die locatie ecologisch bevoordeeld is.
  6. Gegeven onderstaande grafiek van de biologische en chemische respons na een puntlozing van organisch materiaal:
    • Bespreek op abiotisch vlak, nutriënten-/voedselniveau en op vlak van ecologische interacties waarom algen en Asellus al dan niet aanwezig zijn op:
      • Punt A: Ter hoogte van de lozingsbron.
      • Punt B: Waar de macro-invertebratenpiek optreedt.
      • Punt C: Verder stroomafwaarts in de herstelzone.

Versie 2:

  1. Waarvoor staat het acroniem FPOM, wat betekent het en geef 2 voorbeelden.
  2. Welke functionele voedingsgroepen van macro-invertebraten (shredders, collectors, grazers) komen waar voor in het longitudinaal profiel van een rivier en verklaar hun aanwezigheid mechanistisch.
  3. Leg uit wat er gebeurt bij verhoogde toevoer van nutriënten naar een meer (beschrijf de 3 karakteristieke fasen).
  4. Vergelijk de theoretische concepten rond aquatische voedselwebben uit de hoorcolleges met de inzichten uit het behandelde wetenschappelijke artikel (gelijkenissen en verschillen).
  5. Geef de 3 hoofdvormen van vismigratie en licht elk type toe met een voorbeeld.
  6. Analyseer de bouw en exploitatie van een stuwdam: bespreek de impact op biologisch, chemisch en fysisch/habitatspecifiek vlak.

Verloop van zuurstof, organisch materiaal, bacteriën, algen en macrofauna stroomafwaarts van een rioolwaterlozing

Examenjaar 2020-2021

1 examen
1ste Semester1 item

Examen Vragen

Geen datum

Aquatic Ecotechniques

Examen 2020-2021

Deel 1: Terminologie (definieer beknopt in 1 à 2 zinnen)

  1. Anadromy
  2. EQR (Ecological Quality Ratio)
  3. Eutrophic
  4. Macrophytes
  5. Perennial

Deel 2: Open theorievragen

  1. Thema Energie: Bespreek het Flood Pulse Concept. Leg de hydrologische en ecologische cyclus uit, evenals de gevolgen voor nutrientenuitwisseling en productiviteit.
  2. Thema Waterbeheer: Leg het fenomeen en mechanisme van hysterese uit.

Deel 3: Casestudy Kies 1 van de 3 voorgelegde cases en werk deze integraal uit. Bespreek minstens 2 fysische, chemische of biologische effecten en stel concrete mitigerende maatregelen voor.

  • Casus A: Het systematisch verwijderen van dood hout (large woody debris) uit rivierbeddingen.
  • (Overige cases niet gespecificeerd)

Deel 4: Vragen bij de excursies

  1. Bergenmeersen: Waarom is opgelost silica ($\text{SiO}_2 / \text{Si}$) nuttig en belangrijk in het estuariene ecosysteem? Beschrijf de silicacyclus in relatie tot een GGG-systeem (Gecontroleerd Gereduceerd Getijde / FCA-CRT).
  2. Blaarmeersen: Leg het principe van thermische stratificatie en seizoensgebonden menging (turnover) in diepe meren uit.