Alle vakken
Beheersing van plantenziekten, plagen en onkruiden
2 examens beschikbaar over 2 examenjaren
Dit portaal werkt voor & door studenten. Heb je recent een examen gemaakt? Help je medestudenten en stuur je vragen in!
Examenjaren TimelineAlle jaren getoond
Examenjaar 2022-2023
1ste Semester1 item
Examen Vragen
Geen datum
Beheersing van plantenziekten, plagen en onkruiden
Examen 2022-2023
Partim Plagen
- 5 theorievragen (afkomstig uit de voorbeeldvragen).
- Determinatie van 12 organismen: geef de volledige systematiek, determinatiekenmerken en de schade die ze veroorzaken.
Partim Onkruiden
- Welke propagule past niet in het lijstje?
- Stolonen, worteluitlopers, niet-kruipende rizomen, wortelkroon, rizomen, kralen.
- Welke plantendelen zorgen voor de verspreiding en welke delen zorgen voor de reproductie?
- Waarom gebruik je best meerdere exemplaren van zaden/vruchten van één plant voor de determinatie? En waarom gebruik je vers materiaal?
- Zaadbankvraag:
- Vraag over bemonsteringsdiepte en gerelateerde factoren.
- Waarom is het belangrijk om onkruiden in een vroeg stadium te bestrijden?
- Men wil het effect van bodembewerking (niet ploegen vs. 1 keer per jaar ploegen vs. 2 keer per jaar ploegen) en jaar op de zaden in de bodem met elkaar vergelijken:
- Welk protocol raad je aan (focus op tijdstip en bemonsteringsdiepte)?
Partim Plantenziekten
- Phytophthora:
- Geef de redenen waarom het nu moeilijker te bestrijden is dan vroeger.
- Geef de bestrijdingsmogelijkheden.
- Hoe wordt de populatie gemonitord (o.a. met SSR)?
- Roesten:
- Geef de verschillende typen roesten (microcyclisch, macrocyclisch, demicyclisch).
- Geef de typen sporen die ze produceren + een voorbeeldsoort voor elk type.
- Hoe kan je roesten bestrijden?
- Je onderzoekt een paprikaplant die verwelkingsverschijnselen vertoont. Hoe kan je de primaire ziekteverwekker gaan identificeren?
Examenjaar 2020-2021
1ste Semester1 item
Examen Vragen
Geen datum
Beheersing van plantenziekten, plagen en onkruiden
Examen 2020-2021
Deel Dierlijke plantenbeschadigers:
- Wat houdt geïntegreerde gewasbescherming (IPM) in? Waarom is de implementatie ervan aanzienlijk moeilijker voor een sierteler dan voor een substraatteler van serretomaten?
- Chemische bestrijding verliest vaak aan efficiëntie door de 'drie R-en'. Bespreek:
- Resistentie
- Resurgentie (heropleving van de plaag)
- Replacement (ontstaan van secundaire plagen)
- Schade en natuurlijke vijanden: a. Langs welke wegen veroorzaken wittevliegen gewasschade? b. Duid aan welk organisme een nuttige bestrijder is uit een lijst van 4 soorten en motiveer. c. Cydia pomonella: biologie en bestrijding. d. Heterorhabditis: toepassing en doelorganismen.
Deel Plantenziekten:
- Wat zijn de belangrijkste kenmerken van oömyceten en waarin verschillen ze structureel en fysiologisch van echte schimmels? Geef drie voorbeelden van fytopathogene oömyceten.
- Bespreek de biologische overeenkomsten en fundamentele verschillen tussen virussen en viroïden.
- Geef bij een lijst van wetenschappelijke namen van pathogenen telkens de veroorzaakte ziekte, de symptomen en een waardplant.
- Definieer de volgende begrippen:
- PTI (PAMP-Triggered Immunity)
- Polycyclische ziekte
- Haustorium
- Appressorium
- Macrocyclische roest
Deel Herbologie:
- Leg de volgende termen uit:
- Combcut
- Klassieke biologische onkruidbestrijding
- Striga (heksenkruid)
- Kiemingsdynamiek van een zomerannuel (aan de hand van een schema met aangeduide tijdstippen): a. Op welk tijdstip (A, B of C) zal het zaad kiemen wanneer het uit het veld genomen wordt en bij 13 °C in een petrischaal gelegd wordt? b. Heeft het aanleggen van een vals zaaibed met thermisch branden op het aangeduide tijdstip effect op de uiteindelijke onkruidopkomst? c. Welk type dormantie stelt zich in na het sluiten van het kiemingsvenster (primair, gedwongen of secundair)?
- Geef drie mechanische methoden om akkerdistel (Cirsium arvense) uit te putten tijdens een zomerbraakperiode. Vermeld bij elke methode 2 factoren die de efficiëntie bepalen.
- Glyfosaat: a. Wat is het biochemische werkingsmechanisme? b. Is het een contactherbicide of een systemisch herbicide? Verklaar. c. Geef twee manieren waarop glyfosaat in de praktijk toch selectief kan worden ingezet.
Deel Fytofarmacie:
- Welke informatie en databanken zijn raadpleegbaar via Fytoweb?
- Staat het noodnummer van het Antigifcentrum hier vermeld?
- Welke directe en subletale effecten kunnen gewasbeschermingsmiddelen uitoefenen op honingbijen en andere bestuivers?
- Geef 5 vuistregels/maatregelen om op een veilige en verantwoorde wijze om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen (PBM, opslag, spoelen van recipiënten, etc.).
- Geef de FRAC-classificatie van fungiciden (de 8 belangrijkste groepen volgens werkingsmechanisme).
- De GUS-index (Groundwater Ubiquity Score) voor het inschatten van uitlogingsrisico: $$GUS = \log_{10}(DT_{50}) \times \left(4 - \log_{10}(K_{oc})\right)$$ a. Verklaar de afzonderlijke parameters in deze formule. b. Hoe worden deze parameters experimenteel bepaald?
- Bespreek de Europese en Belgische drinkwaternormen voor pesticiden (de afzonderlijke norm van $0{,}1\ \mu\text{g/L}$ en de somnorm van $0{,}5\ \mu\text{g/L}$).